INTERACTIONELE VORMGEVING:
een integratieve psychotherapie

Interactionele Vormgeving (I.V.) is een nieuwe vorm waarbij, vertrekkend vanuit een integratieve, integrale en eclectische visie, verschillende therapeutische stromingen in interactie worden gebracht tot een nieuw model. In het nieuwe geheel dat I.V. vormt, bevruchten, verdiepen en verrijken de oorspronkelijke vormen elkaar zonder hun eigenheid te verliezen. Elke stroming is een mogelijkheid die kan bijdragen tot een ruimere werkelijkheid.

I.V. vertrekt van het uitgangspunt dat om een goede psychotherapie te kunnen bedrijven de therapeut zich niet moet laten beperken tot één of twee van de klassieke psychotherapeutische tradities. Dit zou onmiskenbaar een forse beperking van de psychotherapie betekenen. (Cfr. Leerboek Psychotherapie, de Tijdstroom)

I.V. heeft haar wortels in de humanistische psychologie (persoonsgerichte en experiëntiële benadering) en de systeemtheorie en wordt onder andere gevoed door de Jungiaanse analytische psychologie, de Cognitieve Gedragstherapie, de Gestalttherapie, de Psychosynthese, Bio-energetica, NLP, en de contextuele benadering.

Interactionele Vormgeving beweegt zich in het spanningsveld tussen de universaliteit van menselijke problemen en de eigenheid van iedere mens, heeft oog voor de mens in ontwikkeling en voor diens existentiële en spirituele dimensie. I.V. integreert experiëntiële met systemische elementen, een lichaamsgerichte benadering met gesprekstherapie.

Interactionele Vormgeving is niet alleen een belangrijk therapeutisch instrument voor cliënten met een directe hulpvraag, het is tevens geschikt voor wie behoefte heeft aan persoonlijke groei, transformatie en relatiebekwaamheid. Het bevat de mogelijkheid onszelf te leren kennen in al onze dimensies en helpt ons weer in verbinding te treden.

De I.V.-therapeut sluit aan bij een meersporenbeleid en weet de cliënt en zijn hulpvraag vanuit diverse richtingen te benaderen zonder dogmatisch vast te houden aan één zienswijze. Hij/zij gebruikt methodes uit de verschillende stromingen en weet te motiveren waarom hij voor een welbepaalde interventie kiest.
Het begeleidingsmodel baseert zich op creatieve interventiestrategieën waarbij interactie en vormgeving de essentiële uitgangspunten zijn. Centraal staat de uniciteit van zowel de cliënt als therapeut. Samen zoeken en bepalen ze de doelstelling van de therapie en de meest geschikte wegen om dit te bereiken. De kenmerken van de cliënt en zijn hulpvraag bepalen welk spoor er gevolgd wordt; het groter geheel (de cliënt in wisselwerking met zijn verleden, sociale context en richting) wordt echter niet uit het oog verloren. Cliënt en therapeut werken in een interactief, creatief proces samen aan de integratie van meer mogelijkheden en keuzes in het leven van de cliënt met oog voor het grotere geheel. Ruimte en vertrouwen geven aan de cliënt is een basisattitude van de I.V.–therapeut. De grondhouding en de therapeutische werkalliantie is de bedding van deze integratieve psychotherapie.

FOCUS

De focus van de opleiding ligt op het therapeutisch leren begeleiden van levensprocessen, zowel van individuele personen als van systemen.

DOELSTELLINGEN

  • het op een gerichte en intensieve manier verwerven van de theorie en praktijk van de Interactionele Vormgeving, een integratieve psychotherapie
  • het verruimen van de kennis, de vaardigheden en de basishouding van het therapeutisch begeleiden.
  • het ontwikkelen van een authentieke begeleiderstijl met oog voor de eigenheid van iedere persoon
  • de persoonlijke herbronning

DOELGROEP

Wie zich wil (bij)scholen in het therapeutisch begeleiden en het opzetten van creatieve levensprocessen.

“De oosterse nadruk op het loslaten van fixatie op de vorm, individuele kenmerken en persoonlijke geschiedenis is als uitademen, terwijl de westerse nadruk op vorm aannemen, individuatie en persoonlijke creativiteit als inademen is. En zoals inademen tenslotte overgaat in uitademen, zo gaat uitademen ten slotte over in inademen. Elk aspect vertegenwoordigt zonder het andere slechts de helft van het geheel.” John Welwood