van de schoonheid en de troost

Hilde Vleugels en Bruno Van den Bosch

De oude sigarenfabriek waarin de Educatieve Academie gevestigd is, straalt een bijzondere schoonheid uit. De kunstobjecten van Theodoor Dirkx, gemaakt met aangespoeld hout en ander afgedankt zwerfmateriaal, passen perfect in dit kader. Theo ging enkele jaren geleden gretig in op onze droom om kunst te brengen in de ruimten van de Academie. Sindsdien stelden al heel wat creatieve zielen hun werk ten toon. Maar waarom kunst op de Educatieve Academie? Waarom kunst in ruimten die grotendeels bedoeld zijn voor opleiding en bijscholing van hulpverleners/therapeuten? Zonder volledig te willen zijn, willen we enkele antwoorden formuleren op die vraag.

‘Het doel van alle onderricht is ons te leren om te houden van schoonheid.’ (Plato, De Staat)

Wijze mannen en vrouwen van alle tijden en culturen hebben een pleidooi gehouden voor de enorme helende en vernieuwende kracht van schoonheid. Zodra schoonheid ons aanraakt, kunnen we de vreugde, de troost, de zelfoverstijgende waarde ervan ervaren. Wij willen kunst op de Academie omdat we schoonheid willen bieden. Schoonheid en troost. Een plaats waar mensen zich thuis voelen. Een plaats waar de gekwetste en afgedankte menselijke zwerfstukjes een nieuw leven krijgen. Een plaats waar liefde en dood hand in hand gaan.

Kunst biedt troost. Hulpverleners hebben veel met de donkere kanten van het leven te maken, met vastgelopen verhalen en zware geschiedenissen. Omringd zijn met schoonheid geeft lichtheid aan het bestaan. Schoonheid biedt een voedende tegenkracht voor lijden, zodat we ons kunnen laten blijven raken en tegelijkertijd niet besmet geraken door de zwaarte van het leven. Zodra we ons door schoonheid laten beroeren is er sprake van een overwinning op ontmoediging, verstarring, vernietiging.

Schoonheid is subjectief. Mooi is wat betekenis voor ons heeft, wat ons ontroert of een vernieuwde kijk op de werkelijkheid geeft. Wat ons troost geeft, is mooi in onze ogen.

Wat voor de ene mooi is, is dat voor de andere niet. Het verschil biedt de gelegenheid om uit te wisselen, van gedachten te wisselen. De Academie wil een plaats zijn voor  contact en interactie, communicatie over en weer. Intersubjectief.

Kunst is niet alleen subjectief. Het is eigen aan kunstenaars dat zij het persoonlijke, het subjectieve, trachten te overstijgen. Zij zoeken naar wat collectieve waarde en betekenis heeft. Op de Academie willen we oog hebben voor het unieke van ieder mens en voor het universeel menselijke. Voor het objectieve en het subjectieve, voor het individuele en het collectieve. Met andere woorden: voor het Schone, het Goede en het Ware van Plato (en Ken Wilber).

De overeenkomsten tussen de kunstenaar en de therapeut hebben ons altijd geboeid.

Of een kunstenaar nu het bestaan probeert te begrijpen, zijn zielenroerselen tot expressie brengt, of een artistiek probleem tracht op te lossen, in alle gevallen is er gelijkenis met het therapeutische werk. Samen met de cliënt staat de therapeut voor de uitdaging om betekenis te vinden, vergeten en verloren verhalen tot uitdrukking te brengen, problemen op te lossen. In alle gevallen tracht de therapeut te doen wat de kunstenaar doet: iets verwerkelijken wat er nog niet is. Het afwezige aanwezig maken. Het onzichtbare zichtbaar. En daar is verbeelding voor nodig. Geen enkele creatieve oplossing ontstaat zonder fantasie.

van de schoonheid en de troost